Mondige burger bepaalt zijn eigen AOW-datum

België gaat de verhoging van de AOW-leeftijd te koppelen aan de vraag of er sprake is van een zwaar beroep of niet ( AD 29-5-2018). Op het eerste gezicht lijkt dit een sympathiek idee. Wie wil nu iemand de arbeidsongeschiktheid in jagen omdat hij langer door moet werken vanwege de stijgende AOW-leeftijd? Maar als je de AOW wilt wijzigen om aan die wens te voldoen, zal er een bepaling moeten zijn in de trant van “iemand met een zwaar beroep mag eerder een AOW-uitkering” ontvangen. En dan ontstaat er een probleem: wat is een zwaar beroep? In België is daarvoor een discutabele lijst opgesteld. Iedereen kan zich iets voorstellen bij zware fysieke arbeid. Op je pakweg 66ste nog stratenmaker zijn, kan lichamelijk te belastend zijn. Maar hoe dan met bijvoorbeeld een leraar of een medewerker van de politie van 64 die de werkdruk niet meer aan kan? Een algemeen objectief criterium voor een “zwaar beroep” is niet mogelijk. Je kunt het probleem van de definiëring verschuiven naar de sociale partners. Per sector zal dan bekeken worden of er van een zwaar beroep sprake is. Wellicht kan een beroep minder zwaar gemaakt worden met betere arbeidsomstandigheden. Het is op zich verstandig om als werkgever de belasting van werknemers te verminderen, maar dat lost het knelpunt niet op. Want wat voor de één een verlichting is, blijft voor de ander nog zwaar. Individueel maatwerk is nodig. Het vastzetten van de AOW-leeftijd voor zware beroepen geeft grote uitvoeringsproblemen en nog belangrijker onrechtvaardigheden. Waarom mag de ene burger wel met eerder met AOW-pensioen en de ander niet? Ook degene die geen officieel erkend zwaar beroep heeft, zal zelf wel degelijk en vaak met recht aangeven dat ook hij of zij een zwaar beroep heeft. Maar het kan wel anders. Op allerlei gebieden zijn burgers in staat om zelf keuzes te maken over hoe ze hun leven willen vormgegeven. Mensen kunnen voltijds werken of juist in deeltijd, al dan niet gecombineerd met vrijwilligerswerk; ze kunnen uit een veelvoud aan studies kiezen of juist even een tussenjaar nemen; ze werken als ZZP’er voor door henzelf uitgekozen opdrachtgevers; ze kiezen ervoor om langer door te werken of juist eerder te stoppen om te genieten van een welverdiende oude dag. Zelfs op het gebied van aanvullende pensioenen valt er vandaag de dag bij de pensioenfondsen al veel te kiezen. Het valt dan nog meer op dat de overheid wat betreft de AOW tot op heden weigert om mee te gaan met deze vrije keuze tendens. Voor deze Algemene Ouderdomsvoorziening geldt qua ingangsdatum nog steeds een vaste leeftijd waar momenteel niet van kan worden afgeweken. Dit sluit totaal niet aan bij de wens vanuit de samenleving. Als je, zoals de ANBO eerder gedaan heeft, mensen vraagt ‘wil je zelf de keuze maken of wil je graag dat de overheid voor jou kiest wanneer je met je AOW-pensioen gaat?’, dan is het antwoord logischerwijs dat mensen voor keuzevrijheid kiezen. Het wordt derhalve tijd dat overheid en sociale partners aan mensen zelf overlaat hoe zij hun leven willen inrichten in plaats van dat zij dit voor hen bepaalt door invoering van een flexibele AOW-leeftijd. Laat mensen zelf kiezen op welke leeftijd zij willen stoppen met werken. Als je je beroep te zwaar vindt, dan moet je kunnen stoppen met werken zonder te moeten bewijzen dat waarom je dat beroep zwaar vindt. Een initiatiefwet van mij in 2017 om de AOW te flexibiliseren werd helaas verworpen. Maar in het Nederlandse regeerakkoord is niets hierover opgenomen, dus is er alle ruimte om nu hier een goede flexibele oplossing voor te vinden.

Norbert Klein

Voormalig lid Tweede Kamer (Vrijzinnige Partij)

(gepubliceerd in Algemeen Dagblad 30 mei 2018)

Facebooktwitterby feather