Eerlijk delen met een basisinkomen als vrijheidsdividend

“De opgave waar we voor staan is heel groot en we moeten dit echt met 17 miljoen mensen doen.”: gaf premier Rutte terecht aan in zijn toespraak van 16 maart 2020 om de corona-crisis door te komen. Het maakt het besef dat we samen Nederland maken nog eens duidelijk. Iedereen lijkt wellicht alleen voor zichzelf bezig, maar feitelijk bouwen en werken alle mensen in dit land aan ons land. In goede tijden en in slechte tijden. Dat besef maakt ook de vraag naar hoe verder na de corona-crisis relevant.

Iedere Nederlander levert altijd al een aandeel aan de Nederlandse samenleving, de BV Nederland. De burgers zijn in feite een aandeelhouder van Nederland. De overheid is de organisatie binnen de BV Nederland om het algemeen belang te behartigen. Dat algemeen belang is gericht op ondersteuning en inrichting van de samenleving zodat de mensen samen in welvaart, welzijn en gezondheid kunnen leven. Om de economie te versterken, voert de overheid met veel maatregelen beleid. Daardoor wordt de welvaart gefaciliteerd. Commerciële bedrijven krijgen kansen op winst doordat de overheid faciliteert. Goede infrastructuur, goed opgeleide mensen, gezonde mensen, goed leefmilieu, innovatiestimulering zijn willekeurige voorbeelden van een faciliterende overheid. Welvaart levert winst voor de overheid op in de vorm van de belastingopbrengsten. De cirkel is rond. Dan is het logisch dat iedere Nederlander deelt in de opbrengst van onze samenleving. Mensen krijgen samen kansen en middelen van de overheid om te groeien, te ontwikkelen en te ontplooien. Daardoor kan door geld verdiend worden. De overheid ontvangt vervolgens meer inkomsten via de belastingheffing. Maar ook kan de overheid minder geld gaan uitgeven bijvoorbeeld door meer waardering van de inzet van vrijwilligers, waardoor dure inzet overbodig wordt. Of door gezondere mensen door de zekerheid van een vrijheidsdividend waardoor minder beroep op de gezondheidszorg gedaan zal worden. Ter vergelijking met een onderneming: winst stijgt ook door lagere kosten.

Het delen in deze winst als aandeelhouder van een bedrijf doe je door het ontvangen van dividend. De maatschappelijke winst delen kan door een vrijheidsdividend van € 1000 per maand in te voeren. Net als een dividend aan aandeelhouders van een bedrijf wordt het vrijheidsdividend als een onvoorwaardelijk basisinkomen betaald zonder dat gekeken wordt naar de financiële positie van de individuele aandeelhouder. In navolging op het door Andrew Yang ook gepropageerde “freedom dividend” wordt nu in kader van de coronacrisismaatregelen overwogen iedere Amerikaan eenmalig $ 1000 te geven. Het zou goed zijn als ook in Nederland om te beginnen voor een maand een vrijheidsdividend van € 1000 te introduceren. Dit eenmalige vrijheidsdividend als steun in de rug voor iedereen in deze coronacrisisperiode is dan vergelijkbaar met een bonus of eindejaaruitkering aan personeel bij bedrijven of een reguliere dividenduitkering aan aandeelhouders. Het is dus geen “gratis geld” omdat door de gezamenlijke inspanningen iedereen een deel van de gezamenlijke spreekwoordelijke koek krijgt. De grootte van deze koek wordt door de gezamenlijke inzet bepaald.

Doordat alle Nederlanders een aandeel te leveren aan Nederland is het te rechtvaardigen om de gezamenlijk behaalde winst met elkaar te delen met een vrijheidsdividend. Kiezen voor de invoering van een vrijheidsdividend geeft vervolgens mensen vrijheid om zelf te bepalen waar het geld aan uitgegeven wordt. Het geeft ook de zekerheid dat als het even tegenzit, je niet in armoede terecht komt. Een bescheiden eerste stap is al gedaan door zzp-ers eenvoudiger Bijstand te verstrekken.

Het invoeren van een basisinkomen als vrijheidsdividend, nu eenmalig en na de corona-crisis structureel, wordt een uitdagende basis om als vrij mens te kunnen leven met eigen inzichten en eigen keuzes, waardoor Nederland welvarend zal blijven.

Norbert Klein

Facebooktwitterby feather