Grijp lage rente ook aan voor herstelbetaling bij pensioenfonds

De rente op staatsleningen staat historisch laag. Het kabinet-Rutte III  heeft het plan om een groot investeringsfonds op te zetten, zodat Nederland robuust de toekomst in kan gaan.

Gelijktijdig zijn er veel zorgen over de pensioenen. Een van de grootste pensioenfondsen met 3 miljoen deelnemers (2018) is het ABP. Daar dreigen pensioenkortingen omdat de verplichtingen (€ 514 miljard) om nu en in de toekomst pensioenen uit te betalen groter zijn dan het geld dat er in de kas zit (€ 456 miljard). Bij het ABP is iets vreemds aan de hand. Gedurende 13 jaar is er minder premiegeld in de kas van het ABP gekomen dan afgesproken was. Opeenvolgende kabinetten van CDA, VVD en PvdA hebben ruim 33 miljard gulden (waardepeil 2019 € 60 – € 80 miljard afhankelijk van te kiezen rendement) in periode 1982-1995 aan de ABP-kas onthouden met de Uitnamewet. Met het aannemen van deze wet door Tweede en Eerste Kamer heeft feitelijk een gelegaliseerde pensioenroof plaatsgevonden. Regelmatig wordt deze pensioenroof aangestipt zoals bijvoorbeeld in de Tweede Kamer tijdens de Algemene Beschouwingen september 2019. Maar er volgt geen actie. Tot 2017 was dat wel te begrijpen: waar moest het geld voor de herstelbetaling van die niet-betaalde pensioenpremies vandaan komen? Hogere rentelasten voor de staat, hogere belastingen, extra bezuinigingen waren en zijn niet verantwoord. Tijden veranderen, maar niet in de Tweede Kamer. Afgezien van lippendienst doet geen enkele politieke partij op dit punt iets. Niet alleen de ABP-gepensioneerden van nu maar ook die van morgen worden in de kou gezet. Is het niet eenvoudig om ex-onderwijs- en ex-overheidspersoneel toch maar te korten? De Vereniging Pensioenverlies wil via een gerechtelijke procedure deze pensioenroof rechtzetten. Dat zal een jarenlange juridische strijd worden. Die moet niet uit de weg gegaan worden, maar het kan sneller. De toenmalig verantwoordelijke premier Lubbers (CDA) gaf in 2012 terugkijkend op zijn beleid aan dat het een grote fout was om deze pensioenroof bij het ABP te doen. (Trouw 23 december 2012) Het achtergehouden premiegeld voor de pensioenen van het overheids- en onderwijspersoneel is voor de algemene middelen gebruikt. Destijds had heel Nederland profijt van deze miljarden voor de rijksbegroting, maar nu zijn de ABP-gepensioneerden er de dupe van door jarenlang geen indexeringen en dreigende kortingen op hun pensioen.  Op dit moment kan het rijk zeer goedkoop, zelfs tegen negatieve rente, kapitaal aantrekken. Naast het beoogde investeringsfonds is dit een kans om een herstelbetaling te doen door minimaal € 60 miljard te lenen. Door dat aan het vermogen van het ABP toe te voegen, ontstaat een dekkingsgraad van 100,4 %. Zelfs dan is nog niet voldaan aan de huidige regels maar dit percentage ligt boven de kritische dekkingsgraad waardoor pensioenkortingen niet nodig zijn. Deze herstelbetaling is rechtvaardig maar bovendien ook een investering in de Nederlandse economie. Het geld verdwijnt namelijk niet. In het ABP-investeren is ook investeren in de koopkracht. Door te kiezen voor de investering in een herstelbetaling van de achtergehouden ABP-pensioenpremies kunnen tenminste 3 miljoen ABP-deelnemers koopkracht behouden. Koopkracht betekent bestedingen. Afgezien van enkele mooie buitenlandse reizen zal het meeste geld door gepensioneerden in Nederland besteed worden. Bestedingen betekenen versterking van de economie, werkgelegenheid en meer belastinginkomsten voor het Rijk om de nieuwe staatslening op termijn terug te betalen. Wat echter belangrijker is, is dat CDA, VVD en PvdA als verantwoordelijken voor de roof in de jaren 80-90 eindelijk de verantwoordelijkheid nemen voor huidige en toekomstige, eerlijke pensioenen voor het onderwijs- en overheidspersoneel.

Gepubliceerd in Trouw , 17 oktober 2019

Norbert Klein

Facebooktwitterby feather