Mijn eigen keuze, een vroeg pensioen

Bijdrage Kasper Boers, VP Podium voor het Basisinkomen 21-9-2019

Mijn naam is Kasper Boers, ik ben een vrijdenker, echtgenoot en vader, tuinder, bestuurslid bij de Vrijzinnige Partij.

Ik groet jullie vanuit mijn pensioen. Ik ga genieten van mijn middelbare dag, zoals ik ook in mijn  afscheids-mail aan mijn collegae berichtte. Veel vragen over hoe ik dat dan doe, hoe wij thuis dan nog rondkomen volgden. En wow, dat zouden ze ook wel willen! Maar dat kunnen ze niet want de verplichtingen, je weet wel. Het huis  moet toch betaald? En kan je dan nooit meer op vakantie?

Dan vraag ik terug of zij toen ze net begonnen en nog een startsalaris hadden niet konden leven, niet konden wonen, niet op vakantie konden? Ik snap wel dat het leven, zodra er kinderen zijn, ingrijpend verandert en meer kost, maar de meeste van mijn collegae waren dat stadium al gepasseerd. Dus het is een kwestie van keuzes maken, ik zeg niet dat dat eenvoudig is. Immers: “De wijk waar we wonen is zo gezellig, het huis woont zo ontzettend prettig, skiën is zo’n beetje familietraditie geworden, uit eten is nu eenmaal helemaal ons ding…” Helemaal prima, zoals ik al zei, het zijn keuzes die iedereen maakt, echter keuzes met verstrekkende gevolgen voor bijvoorbeeld je vrijheid.

Zomaar een huisvader

Ik breng nu dagelijks mijn dochter naar school en haal haar weer op voor de lunchpauze en aan het einde van haar schooldag, zonder haast en zonder stress. Een voorrecht? Jazeker, en keuzes bovendien. Vanuit een handige positie, met een goedbetaalde carrière van 10 jaar als afgestudeerd econometrist in de energiebranche en 5 jaar in het onderwijs, bijna altijd tweeverdienend met mijn vrouw. Na loonsverhoging volgde bij ons soms ook verkleining van het aantal werkuren. En we zijn niet steeds duurder gaan leven, niet steeds duurder gaan wonen. Sterker nog we zijn recent veel goedkoper gaan wonen. Mijn vrouw werkt graag, dus kan ik deze keuze maken om niet meer te hoeven werken voor geld. Trouwens het werk in de energiebranche, vergelijkbaar met de bankenwereld, kent vaak geld als enige maatstaf voor beslissingen, een wereldbeeld verwringend denkpatroon dat ik nu gelukkig los heb kunnen laten.

Maar gaat dat niet vanzelf?

De standaardreactie in de maatschappij op jaarlijkse loonsverhogingen is om ook zeker zoveel meer uit te geven, vaak nog een beetje extra meer, immers het jaar erop gaan we er weer op vooruit! En banken deden en doen daar vrolijk aan mee. 5% meer salaris? 8% meer uitgeven!

Dat hebben mijn vrouw en ik dus niet gedaan. Om vrijer te leven, kiezen wij om minder te moeten en minder te willen. En de financiële kant daarvan; minder te moeten betalen. Want het risico van de gangbare levensroute is dat je gaandeweg juist steeds meer moet en steeds meer moet betalen.

We leven wat dat betreft in een tijd van zelfopgelegde slavernij, met hypotheken en andere vaste lasten als ultieme ketens. Maar vrijheid bestaat volgens mij daar waar geen beperkende verplichtingen bestaan. Financiële verplichtingen zijn een grote beperkende factor en vol overgave gaan we ze aan.

Zo zijn we tegenwoordig collectief meer dan de helft(!!) van onze besteedbaar inkomens kwijt aan vaste lasten met als grootste post de bakstenen waartussen we onze privélevens leven. Dit geldt zowel voor huurders als voor kopers, hoewel de laatste categorie nog kan “cashen” door op het juiste moment het piramidespel van altijd stijgende huizenprijzen te verlaten. Hoe lager je inkomen hoe groter het deel van je inkomen dat je kwijt bent aan bakstenen. En steeds meer bakstenen bovendien, want het aantal bakstenen dat je tegenwoordig nodig hebt voor iets een huis genoemd mag worden is velen malen het aantal van slechts honderd jaar terug (nu 65 m2 woonoppervlak per persoon tegen 10m2 in 1900) (Lans, 2019)

Al met al zijn woonkosten een vaste last, in essentie, voor een basisbehoefte. Maar inmiddels opgeblazen tot, voor het overgrote deel, een luxeproduct met exorbitante prijzen en dito kosten. Dan vraag je je toch af waarom doe we dit elkaar en onszelf aan? Hoe doen we dat? En hoe kunnen we ermee stoppen?

Voorbij neoliberaal denken en consumentistisch gedrag

Daarvoor gaan we een klein stukje terug in de tijd. In de vorige eeuw is het idee van een probleemoplossende vrije markt uitgegroeid tot het standaard economische geloof in Europa en Noord-Amerika. Het is in de meeste landen tot staatsgeloof gemaakt, door opeenstapeling van wetgeving die een andere weg onaantrekkelijk maakt of simpelweg verbiedt, een nog altijd toenemend neoliberaal denkmodel in onderwijs en een weinig beperkte, ziekelijke neiging om mensen te reduceren tot consumenten. Het vrijer maken van de hypotheekmarkt en het reduceren van de bodem waarop we leven en voedsel verbouwen tot financiële investering en object voor speculatie hebben verder nog bijgedragen aan financiële, economische en ecologische onbalansen in het land.

Het resultaat is dat de totale verdiensten van de maatschappij steeds minder bij de huishoudens terechtkomen en meer bij overheden en vooral bij bedrijven als winst. (besteedbaar-inkomen-huishoudens-nederland-staat-vrijwel-stil, 2018). Hoewel dit niet een herverdeling is waar ik achter sta, toont het aan dat een grote herverdeling van de maatschappelijk verdiensten weldegelijk kan. Immers bedrijven hebben de winst van zo’n 5% naar bijna 12% van het Bruto Binnenlands Product zien groeien in de periode van 1980 tot 2016, overheden hun aandeel van 25% naar 29%.

En huishoudens? Die hebben onvermijdelijk hun aandeel zien dalen en wel van ruim 62% naar 54%. Een daling van 8%punten van de inkomsten van het land in ongeveer 35 jaar tijd. In euro’s vertaalt zich dat nu naar grofweg 60 miljard euro op jaarbasis. Genoeg voor een bescheiden basisinkomen van ruim 350 euro per volwassene per maand, nou is de hoogte in euro’s voor mij niet zo van belang, daarover dadelijk nog.

Dit neoliberale model is niet het enige dat bestaat, het is zelfs niet het enige succesvolle bestaande model en dat geeft ons de hoop en de ruimte om na te denken en te werken aan andere modellen, immers er zijn nu al meer paden die tot succes leiden, zoals dat in China en diverse, door een niet nader te noemen Noord Amerikaanse staat de kop ingedrukte, modellen die ontmarkten van essentiële producten, diensten, land en ontmarkten van het economisch denken in zich hebben en hadden.

Hiernaast vind ik interessant om te weten of een plotse verschuiving van tientallen miljarden bestuurlijk überhaupt acceptabel is. Daarvoor hoeven we niet eens heel ver terug in de tijd, want in 2008 nog, met de bankencrisis, was de Tweede Kamer spontaan bereid om 90 miljard uit te geven om banken te redden. Een uitgave waarvan op dat moment compleet onzeker was wat de waarde op langere termijn zou worden. Ik realiseer mij wel dat een eenmalige betaling iets anders is dan een structurele en een basisinkomen een vaste last voor de overheid zal vormen.

Als we het probleem verder uiteenzetten dan komt het erop neer dat de Universele Rechten van de Mens, een verzinsel natuurlijk, maar wel één waarin we collectief geloven, dat die Rechten ingebed zijn in onze Grondwetten. Ze bevatten een recht op inkomen en ook op bijvoorbeeld woonruimte bevatten. De rechten zijn direct gekoppeld aan welvaart en welzijn. Deze rechten zijn dus in onze Nederlandse Grondwet vastgelegd met detaillering in verdere wetgeving. Dit betekent dat over deze thema’s een zorgplicht bij de overheid ligt naar de inwoners toe. Waarbij de inwoners de mensen zijn, en niet de bedrijven of instituties. Hoe ver die zorgplicht gaat en onder welke voorwaarden, dat is aan de detaillerende wetgeving. Over deze zorgplicht dadelijk meer.

Een middel met een doel

Ik heb het tot nu toe niet over de hoogte in euro’s van het basisinkomen gehad en zal dat ook zo houden, dit zal ik toelichten. Het basisinkomen is een middel en niet het doel. Het is wel al enige tijd onderwerp van gesprek, in de jaren ’60 en ‘70 werd het bijna ingevoerd in de VS van Amerika. Na enkele decennia relatieve stilte is het inmiddels weer meer onderwerp van gesprek. Norbert Klein heeft destijds als Tweede Kamerlid het basisinkomen een aantal keer naar voren kunnen schuiven in de Tweede Kamer. Er zijn politieke partijen die een vorm van basisinkomen in hun laatste nationale verkiezingsprogramma’s hadden staan. Kortom het is een bespreekbaar onderwerp geworden.

Echter we hebben nog altijd geen basisinkomen. Er zijn voor- en tegenstanders. De tegenstanders kennen diverse gronden voor de tegenstand; het arbeidsethos en de vermeende luie mens, betaalbaarheid voor de huidige maatschappij, oneerlijke verdeling, met werkenden die betalen voor niet-werkenden en een opstuwende kracht voor immigratie. Eentje van een ander kaliber is dat het mensen dociel maakt en op die manier het systeem nooit de revolutie krijgt die nodig wordt geacht. Onder de voorstanders zijn weer verschillende ideeën over de vorm, toebedeling van verantwoordelijkheid, doelgroep, technologie en hoogte van de uitkering, ideeën die soms onderling botsen. Aan pluriformiteit aan gedachten over het basisinkomen dus geen gebrek, er is al veel creativiteit losgelaten op het onderwerp.

Maar wat is nou eigenlijk het doel van een Basisinkomen? Wat willen we ermee bereiken? Dat bepaalde basislasten door mensen betaald kunnen worden, ongeacht verder inkomen of verdere verplichtingen. Dat doel lijkt mij juist iets dat je diep in de nationale wetgeving wilt verankeren.

Mogelijkheden en gevolgen

Als we willen beginnen met een basisinkomen dan zijn er in mijn ogen diverse levensvatbare opties:

Zonder centrale overheid. Bijvoorbeeld met een alternatieve munteenheid, laten we het BIM noemen, die losjes gerelateerd is aan de euro. Wellicht als een soort universele kortingsbonnen, waarbij tot een maximum een deel van de kostprijs met BIM betaald kan worden, bij zowel overheden en woningbouwcorporaties als participerende marktpartijen. Dit kan decentraal, dus gemeenten kunnen besluiten aan de sluiten en aan alle ontvankelijke inwoners de BIM te verstrekken.

Zonder centrale overheid, met een soort volksinvesteringsfonds. Waarbij een deel van het rendement vloeit naar rechthebbenden. In plaats van een gehele gemeenschap kan hier willekeurig worden toebedeeld of op basis van wie het eerst komt die het eerst maalt. Zolang een toebedeelde maar voor de rest van het leven zal ontvangen vervult het het doel.

Met centrale overheid. Dan zou het ook in euro’s kunnen en worden opgenomen in de wetgeving. Hierbij is het van belang dat NIET de hoogte van de uitkering in euro’s diep verankert zit, maar wel welke basis het basisinkomen moet dekken. Dus leg wettelijk vast wat het BI moet dekken, laat het bedrag daaruit volgen. Dat is volgens mij van cruciaal belang om twee redenen:

Ten eerste is het dan duidelijk welke basis gedekt moet zijn met het basisinkomen, waardoor de hoogte van de uitkering daar rechtstreeks uit volgt, en niet uit onderhandelingsspelletjes rondom de jaarlijkse begroting. Het kan, kortom, geen sluitstuk meer van de overheidsbegroting worden.

Wiens probleem?

Ten tweede, en volgens mij het allerbelangrijkste, wordt de centrale overheid probleemeigenaar voor het betaalbaar hebben en houden van die gedekte basis. De centrale overheid zal dus het gesprek aan moeten gaan met haarzelf en met andere partijen die de prijzen van de basis beïnvloeden.

Bijvoorbeeld als een basis woonlast wordt opgenomen, dan zal een OZB verhoging op betaalbare huizen voor de totale overheid netto niets overleveren. Sterker nog, ik kan mij voorstellen dat de overheid actief absurde prijsontwikkelingen op de woningmarkt zal proberen te drukken, immers elke verhoging moet worden gecompenseerd in het BI.

Kosten voor gezond eten in het BI? Dan heeft een btw verhoging op groente en fruit weinig zin. Kosten voor mobiele telecommunicatie erin? Dan wordt zo duur mogelijk veilen van frequenties minder aanlokkelijk en een prijs opstuwend oligopolie van kabelbedrijven KPN en UPC een reden tot zorg.

Energie in de basis? Dan wordt energiebelasting voor kleinverbruikers verhogen een probleem. Zonnepanelen bij burgers stimuleren? Juist gunstig, want dat reduceert een basis.

Nederland is het land met de hoogste grondprijzen, en bij grondspeculaties zijn lokale overheden vaak betrokken. Hier is voor individuele burgers niet aan mee te doen en niet te beïnvloeden. Maar ook dit stuwt de kosten voor wonen omhoog, en wordt met een dergelijk BI een overheidsprobleem.

Een basis aan zorgkosten zouden er ook onder kunnen vallen. Wellicht stimuleert dat nog meer om gezond voedsel minder te belasten en zelfs te subsidiëren en ongezond voedsel juist niet.

Kortom het haalt bedrijven en instellingen in de basissectoren van de dikke eerste plaats bij financieel economische vraagstukken en zet ons, mensen, er juist neer.

Echter niet alleen de overheid moet anders denken en anders handelen. Wij ook! Want als we ineens “gratis geld” erbij krijgen iedere maand, is de kans groot dat we zélf de prijzen voor bijvoorbeeld huizen opdrijven. Denk aan een mentaliteitsverandering, meer gericht op ontplooiing en het bieden van toegevoegde waarde, en minder op persoonlijk financieel gewin. Denk aan ander economieonderwijs. En eigenlijk is het daarvoor niet eens nodig om een BI te krijgen.

Persoonlijke verwachting

Mijn hoop en verwachting is dat op niet al te lange termijn een landelijk, centraal geregeld BI in euro’s zal worden gerealiseerd. Tot die tijd en om druk uit te oefenen hoop ik dat alternatieve initiatieven blijven komen, blijven bestaan en steeds meer aandacht krijgen. Want hoe meer initiatieven er zijn, hoe meer aandacht, hoe meer kans op maatschappelijke acceptatie, parlementaire acceptatie en succes.

Voor nu zie ik een parallelle (digitale) munteenheid, losjes gekoppeld aan de euro in als de beste “proefballon” om tot draagvlak voor een centraal geregeld BI te komen. Het basisinkomen zal ervoor zorgen dat de overheid de zorgplicht naar haar burgers ook echt op zich neemt, de kosten voor het verzuimen van die zorgplicht zullen immers ook bij de overheid liggen. Wellicht ziet ze mogelijkheden om bepaalde kosten zelfs nog verder te reduceren als probleemeigenaar.

Als er wordt begonnen van het opeisen van middelen die sluipenderwijs naar de markt en de overheid zijn gegaan. En die terug toe te bedelen aan de burgers, dan is de financiering van een bescheiden basisinkomen zelfs nu al geen probleem! Bovendien zouden we met een andere economische mindset, minder financieel, minder consumentistisch, ook al een heel eind komen.

Facebooktwitterby feather