Opvang Afrikaanse migranten en vluchtelingen

Stichting Connect International is een Nederlandse hulporganisatie en een consultancy bureau, actief in met name Afrikaanse landen. Connect International stelt voor om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om Afrikaanse migranten en vluchtelingen vanuit Nederland naar de regio waar zij vandaan komen te sturen, hen daar goed op te vangen en tegelijkertijd hulp te bieden aan migranten en vluchtelingen die daar al resideren, alsmede aan de ontvangende bevolking. Hier zijn twee redenen voor:

  1. Mensen in Nederland maken zich, net als in andere EU landen, in toenemende mate zorgen over de stromen migranten en vluchtelingen naar ons land (vanwege werkeloosheid, armoede en oorlogen in veel landen, en een explosief groeiende bevolking, met name in Afrika). Dit verhoogt de angst onder Nederlanders voor verlies van de culturele identiteit en religie, vooral omdat migranten en vluchtelingen vaak slecht integreren, een heel andere cultuur en religie hebben dan de Nederlandse, en uiteindelijk Nederlander worden. Zij nemen toe in aantal, aangetrokken door de hoge welvaart in ons land (zuigende werking) en misleiden het systeem soms om te kunnen blijven. Het is daarbij onwaarschijnlijk dat zij ooit terugkeren naar hun land.  Andere argumenten voor de angst en het ongemak onder Nederlanders zijn bezetten van gesubsideerde huurwoningen, competitie voor banen, kosten van de opvang van migranten en vluchtelingen, en de al hoge bevolkingsdichtheid in Nederland.
  2. Opvang van migranten en vluchtelingen in Nederland is oneerlijk ten opzichte van lokale bevolkingen en migranten en vluchtelingen in Afrika, die waarschijnlijk ook willen maar niet kunnen reizen naar Europa, hetgeen vooral voorbehouden is aan diegenen die daarvoor de moed, de energie en het geld hebben. Als zodanig helpen we niet de mensen die onze hulp het hardst nodig hebben, maar spenderen veel geld en energie aan degenen die zich aan onze poort melden met een volledig pakket van welvaart, welzijn en lange termijn veiligheid  (hetgeen ook de aanzuigende werking veroorzaakt en voorkomt dat mensen ooit nog terugkeren). Daarbij komt dat migranten en vluchtelingen die naar Europa komen vaak een braindrain van opgeleide mensen, en een power drain van gezonde sterke jonge mensen betekent voor de landen waar zij vandaan komen.

Europa reageert voornamelijk in paniek met slecht ontwikkelde initiatieven die een beperkt of zelfs contraproductief effect hebben, tot onmenselijke en gevaarlijke situaties leiden voor migranten en vluchtelingen, de migratie en vluchtelingenstromen niet afremmen, weinig effect hebben op lokale economieën, en veel geld kosten. Opvang voor vluchtelingen en migranten zoals recent opgezet in Niger (2017) en Rwanda (2019), is bedoeld om migratie en asiel procedures in Afrika te lokaliseren. Echter, mensen worden hier structureel opgevangen, met weinig kans om naar Europa geherhuisvest te worden. Dat leidt er waarschijnlijk toe dat migranten en vluchtelingen deze opvanglocaties zullen mijden en rechtstreeks naar Europa proberen te reizen.  Mochten mensen wel asiel verkrijgen via deze locaties, dan is het waarschijnlijk dat dit een aanzuigende werking zal hebben op migranten en vluchtelingen die anders in de regio zouden zijn gebleven. Het zijn ook erg kleine initiatieven en gefocust op de 1 miljoen (!) vluchtelingen en migranten die in Libië vastzitten. Deze initiatieven geven daarom geen of in ieder geval onvoldoende oplossing voor de stromen vluchtelingen en migranten naar Europa, nog voor de migranten en vluchtelingen die al in Europa zijn. Daarbij komt dat het niet nakomen van beloftes, gemaakt aan overheden van ontvangende landen in Afrika ten aanzien van snelle hervestiging van mensen in deze opvanglocaties, kan leiden tot weerstand onder overheden in Afrikaanse landen om deals voor opvang in de regio te sluiten met de EU of met EU landen. Een aanvullend probleem is dat veel landen in Afrika al overbelast zijn met de opvang van vluchtelingen (bijvoorbeeld Kenia en Oeganda), waar, net als in Nederland en andere EU landen, de publieke en politieke druk toeneemt om hier een halt aan te roepen.

Een oplossing is daarom nodig die de aanzuigende werking die Nederland heeft op vluchtelingen en migranten in Afrika stopt, acceptabel is voor ontvangende landen in de regio, en structureel, werkbaar en schaalbaar is. Zo’n oplossing zal zeer waarschijnlijk de volgende dimensies moeten omvatten:

  • Preventie. Als mensen vantevoren weten dat ze teruggestuurd worden naar hun regio, zullen ze niet naar Europa migreren en zullen dus ook maar weinig mensen teruggestuurd hoeven te worden naar de regio. Dit zal waarschijnlijk een belangrijk argument zijn in de onderhandelingen voor een deal met landen in de regio.
  • Repatriëring en hervestiging. Nederland kan aanbieden om voor ieder persoon die naar de regio teruggestuurd wordt er ook één naar het eigen land te repatriëren (in gevallen dat dit veilig en goed kan, en inclusief begeleiding en steun om weer een bestaan op te bouwen in het iegen land) of in Nederland te hervestigen (conform de Turkije  deal,maar met het verschil dat deze deal in vershillende landen gesloten wordt, zodat 1 land niet kan gaan chanteren, zoals Turkije poogt te doen). Met een dergelijke deal weten migranten en vluchtelingen dat ze teruggestuurd zullen worden naar de regio en geen of nauwelijks kans maken op hervestiging in Nederland. Naast de hierboven besproken preventieve werking die hiervanuit gaat, zal deze ‘zero net influx’ regeling waarschijnlijk een sterk argument zijn voor landen in Afrika om een deal te sluiten.
  • Compensatie. Aan landen die mogelijk een deal willen sluiten kan ook compensatie aangeboden worden, betaalt vanuit het Nederlandse ontwikkelingshulpbudget. Bestedingen die aangeboden kunnen worden zijn: verbeteren van de omstandigheden in opvanglocaties voor vluchtelingen en migranten in het land (waarbij wel opgepast moet worden voor een aanzuigende werking naar deze locaties), structurele verbetering van de omstandigheden van de ontvangende bevolking (bijvoorbeeld middels een cash4all4life[1] programma), en projecten die door de overheid van het ontvangende land voorgesteld worden.

Om oplossingen te vinden is grondig onderzoek nodig. Per beoogd land moet informatie verkregen worden over hoe een deal eruit kan zien die acceptabel en haalbaar is en hoe deze het best geïmplementeerd kan worden. Dit docu­ment stelt voor om zo’n onderzoek uit te voeren, inclusief: discussies en interviews met belangrijke stakehol­ders (overheid officials, politici en parlementsleden in potentiële ontvangende landen in Afrika, Nederland, de EU en andere Europese landen, en managers en beleidsmakers van hulporganisaties, VN organisaties, etc.), bezoek aan (potentiële) locaties voor opvang van vluchtelingen en migranten, interviews en focus groep discussies met lokale stakeholders (vluchtelingen, migranten, ontvangende bevolking, medewerkers van lokale overheden), en dergelijke. We stellen voor om aanvankelijk te focussen op Kenia, Oeganda, Ethiopië en Niger. Redenen: de meeste migranten en vluchtelingen uit Afrika komen uit de regio’s waar deze landen liggen, veel migranten en vluchtelingen reizen door deze landen op weg naar Nederland, deze landen hebben al infrastructuur voor de opvang van vluchtelingen en migranten, en hun overheden staan tot op zekere hoogte open voor opvang van vluchtelingen en migranten.

Tom de Veer



[1]  Zie het beleidsdocument van Connect International over dit onderwerp, gebaseerd op evaluaties van honderden cash transfer programma’s wereldwijd. Het document beargumenteert dat cash transfers van ongeveer 12 Euro per volwassene per maand die voor het hele leven verstrekt worden, zeer waarschijnlijk de meest kosten-effectieve en structurele wijze vormen om armoede te laten verdwijnen, lokale economieën te stimuleren, de fysieke en mentale weerbaarheid van mensen te vergroten, vrouwen te empoweren en geboortecijfers te verlagen (omdat vrouwen zelf kleinere gezinnen willen).
Facebooktwitterby feather